© 2019 Ivanka de Ruijter

  • Google+ - Grey Circle
  • Facebook - Grey Circle
  • Pinterest - Grey Circle

Vele stadsgedichten worden gepubliceerd door en voor de Gemeente Wageningen, te vinden via onderstaande links.

Rechts wisselen de publicaties tussen oud en nieuw werk. 

Arboretum

Aan ons verraadt het landschap zijn verleden
als we de treden van het trappetjesbos begaan
en bovenaan de tuin vol bomen vinden. 

 

We zien de wolken boven wilgen in het uitgestrekte
bekken van de Rijn en trekken dan een
olifantenpaadje van het bankje naar de linde.

Onder alle groene bloemen gaan we staan
onder het loof en wijzen aan: berk, iep, es, plataan.
Prunus, acer, netelboom. We tellen alle ringen aan

 

hun wijd gespreide vingers. Jaar na jaar na jaar 

na jaar, als opgestuwde eeuwigheid. De hazelaar, 

de zomereik: we zijn een bos aan bomen rijk. 


En zelfs als je niet eerder kwam is het alsof
je iets herkent: vaag bespeur je de geaardheid
van een waardig monument. 



Reflectie


We plantten de twijfel
hier langs het water.
Haar vraagtekens krulden,
ze woekerde wild
tot je wijsheid kon plukken
uit haar spiegelbeeld:
in elke reflectie
heeft het hier iets van daar,
het nu iets van vroeger,
het onjuist iets van waar.
De plant groeide groot
tot een kenniskwartier,
nu drijft in deze reflectie
wat van daar in het hier.


t.g.v. 100 years Wageningen University & Research



 

Blauw

Ik zoek een boek en het was blauw
‘K ben even kwijt waar het over gaat
De titel is me juist ontschoten
Een auteur heb ik niet paraat
Maar u weet vast wat ik bedoel
Het had veel letters op papier
Het was blauw, dat weet ik zeker
Vorige week lag het nog hier.
Of misschien daar, ja dat kan ook wel
Maar u zult dat beter weten
Oh, wat zegt u - tja, het onderwerp?
Ben ik pardoes even vergeten.
Ach, het leek me zo geschikt
Voor mijn neef, want die gaat trouwen
Met zijn vriend hoor, ja want Erik
Nou die houdt niet zo van vrouwen
Dat kent u vast wel, toch mevrouw?
Hè, waar is dat boek gebleven
Het lag eerst hier en het was blauw.
Kunt u niet even helpen zoeken
Met de computer, het systeem?
Ik weet geen woorden uit de titel
Is dat een erg groot probleem?
Nee, ik begrijp het, het wordt lastig
Daar kunt u eigenlijk niks aan doen
Maar ik weet zeker: het lag hier
en het was bla… nee, het was groen.

 

 

 

Verlangen

 

Er waren dagen bij dat er niets
te missen viel maar wel iets te verlangen
Naar de tijd van een hut met wat
te drogen moest hangen en naar
een oude boom voor het raam
met takken die als vingers van een kind
tekenden langs muren op de wind.

Ik dacht bij vlagen aan de dagen
waarop de regen de weerspiegeling
tot in de kleine stegen had gebracht
in verse ronde plassen en de wereld
naar de aarde ruiken kon omdat de herfst begon.

Gewoon dat iets durfde te ontluiken
dat zonder nog in kan of kruiken
een eerste dans werd aangevraagd.
Dat onwetend van erfenissen
Dapper, opgetogen, fier
en alle pijn nog op papier
Er niets of niemand viel te missen.

Die dagen keren niet meer om
Verteld zijn alle sprookjes nu, bewandeld
vele gangen, maar nooit is het te laat om iets
Of dat ene, te verlangen.

 

 

 

 

Dat gordijnen geen grens zijn

Je zat stil en je tuurde naar de rode gordijnen
Grote mensen, ze zeiden: dit, is het theater,
tot daar waar dat koord loopt, publiek
op de stoelen in de rijen ervoor.
Dit hier is het echte, dat daar het decor.


Maar toen het begon, was je verdwenen
je zat op je stoel maar je speelde het spel.
Je zong zonder zingen, je deed mee zonder script,
je sprong zonder springen, je begreep zonder grip.

 

Je luisterde naar het verhaal dat ontstond
Rondom de spelers en hun dans op de vloer
Het ontplooide zich ver voorbij de gordijnen
Het verhaal dat gekleed ging in dieprood velours.

Gordijnen, ze sloten, ze vormden het einde
en bogen een brug naar de werkelijkheid terug,
maar voor jou was het anders, schuin hield
je je hoofd en je keek als verdoofd, want je
had iets herkend.

Buiten, onder sterren, je stelde je voor
dat gordijnen geen grens zijn, en het doek
geen decor, maar dat spelers ook mens
zijn, en je danste en danste en danste,
maar door.


T.g.v. het cultuurdebat 'Cultuur werkt' in de bblthk Wageningen. 
10 maart 2018. 





 

Schaatsen op de Nevengeul

Daar waar het hek staat, daar staan alle fietsen.
Ze wachten als ouders in de kou op hun kroost,
de fietstassen leeg van de wol en de wanten
van wij die straks terugkeren, verblijd en verbloosd.
Maar nu zwieren we nog en we krommen voorover,
we buigen ons diep over de spiegel van glas,
we schrijven in cirkels over wat we verlangen
en verstoppen in barsten: dat wat er nooit was.

De één weet van wiebel, de ander van wanten,
twee anderen blijven het liefst op de brug.
En kijken naar wie het al kan, pootje-over,
ze wuiven naar wie wankelt, een meisje zwaait terug.
Haar ouders op hun billen, ze geven een voorbeeld,
verruilen de slee voor een stoel aan de hand.
En oefenen met haar tot het blauw op de glimlach,
dan terug naar de schoenen, terug naar het strand.

Op een dag is het zomer, maar nu nog lang niet.
Nu duiken we nog in een lach om de val.
We delen de brug en de wil om te schaatsen,
en zien grote schoonheid in wat dooien zal.
Langzaam wordt het later, zakt de zon op het ijs,
nog even tot de toren het donker zal slaan.
Terwijl we weer inpakken, terug naar de fietsen,
vraagt iets in ons dringend: kunnen we morgen nog gaan?

3 maart 2018, bij de schaatspret op de Nevengeul.

 

 

 

Toen de herfst nog in het buiten ruiste,
En varianten neuriede op winterse verhalen,

Ontklonk een nieuwe melodie die dat doorkruiste

Als een tweede stem.

 

En in dat moment, was de stem meteen gewend.
Bladeren waaiden een eigen weg, takken dirigeerden.
Een nieuw duet vulde de vrije lucht. 

 

 

Het regent
De druppels plonzen 
Al kroontjesvormend
In een kring van water
Of misschien kwam de kring
Pas later
De plas draagt alle kroontjes
Heel gewoontjes
Hij vormt zich
Tot een koningsplas
Hoewel ook hij 
Er eerst niet was

 

Als de truien van wollen de winter

Mijn kast weer vol rollen met sneeuw

En kou en tranen die bevriezen voor

Je ze aanraken of oplikken kan. Dan

Veranderen de kleuren, de tinten van

Humeuren maar daar is niets ergs aan

Want de winter is zacht en koel tegelijk

Het dempt en verdooft en  het rolt

Totdat de lente zich opbolt en midden

In je boze bui roept van hallo hier ben 

Ik weer. Daarom mag de winter komen

Deze keer. 

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now